Bijna dertig dagen zijn er voorbij. Dan zit de broedtijd er weer op. Tenminste als mijn waarneming klopt, ik ben tenslotte een buitengewoon onervaren ooievaarspotter.
Vorig jaar werd ik compleet verrast, toen na dertig dagen ploeteren, zo uit het niets, de ooievaars wegvlogen. Nog één nachtje kwamen ze terug, toen bleef het nest leeg. En broeden is hard werken, ploeteren feitelijk.
Bij weer en wind, van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat: alleen maar bezig zijn met eten verzamelen en broeden. Ma vliegt weg, pa herschikt het nest en nestelt zich, of andersom natuurlijk.
Nestelen
Het werkwoord nestelen heeft voor mij echt een diepere betekenis gekregen. Vol overgave en met maximale toewijding jezelf schikken in een nest. Jezelf draperen over jouw eieren. Jezelf wurmen tussen het mos, takjes, strootjes, om dan daarna te mogen liggen. Wat rondkijken, ogenschijnlijk luierend, mediterend bijna. Maar niets is minder waar, ze zijn op hun hoede, heel waaks.